Image

Stichting Monument Geweld Jeugdzorg

Op 12 juni 2019 verscheen het rapport ‘Onvoldoende Beschermd, Geweld in de Jeugdzorg van 1945 tot heden’ van de commissie de Winter.

De commissie de Winter was in 2015 ingesteld naar aanleiding van de uitkomsten in 2012 van het rapport van de commissie Samson ‘Omringd door zorg, toch niet veilig. Seksueel misbruik van door de overheid uit huis geplaatste kinderen in de periode 1945 tot heden’ en vanwege de uitkomsten in 2013 van het rapport van de onderzoekscommissie Deetman ‘Seksueel misbruik in de Katholieke Kerk van 1945 tot 2010’.

De commissie de Winter kreeg een brede onderzoeksopdracht, namelijk naar Geweld in de Jeugdzorg, voor en na 1945 tot heden. Geweld werd in de onderzoeksopdracht gedefinieerd als alle vormen van fysiek, psychisch en seksueel geweld.
De belangrijkste uitkomst van de commissie de Winter is dat 76% van de naar schatting 200.000 kinderen die als pupil in de jeugd- en pleegzorg verbleven, te maken hebben gehad met fysiek-, psychisch- en/of seksueel geweld. Dat zijn ongeveer 152.000 kinderen en jongeren. Tien procent daarvan “meldt minimaal één vorm van geweld (…) vaak tot zeer vaak te hebben meegemaakt”. 20.000 kinderen.
Andere zinnen uit het rapport:
“Het geweld kwam in de gehele periode van 1945 tot heden voor”. “De ex-pupillen die zich bij de commissie gemeld hebben, ondergingen gedurende meerdere jaren meerdere vormen van ernstig geweld”. “Kinderen in de jeugdzorg hebben drie keer zoveel kans op ernstig fysieke mishandeling dan niet uit huis geplaatste kinderen”.
Opvallend is dat in het rapport van de commissie de Winter geen enkel aandacht is besteed aan de zelfmoord/zelfdoding van kinderen/jongeren/volwassenen (mede) als gevolg van het geweld in de jeugdzorg.

De eerste aanbeveling van de commissie de Winter is het “Erkenning bieden aan slachtoffers van geweld in de jeugdzorg”.
De commissie schreef: “De commissie vindt het als eerste belangrijk dat het kabinet en de verschillende Brancheorganisaties Jeugd hun verantwoordelijkheid erkennen voor wat in de jeugdzorg vanaf 1945 gebeurd is en specifiek erkennen dat een groep ex-pupillen in de jeugdzorg (soms ernstige en veelvuldig) geweld heeft meegemaakt”. “Het gaat erom uit te spreken dat de verantwoordelijkheden voor de pupillen in de jeugdzorg destijds te weinig hebben gedaan om geweld te voorkomen en te doen ophouden”.

Jeugdzorg Nederland heeft op 12 juni 2019, de dag dat het rapport van de commissie de Winter werd gepubliceerd, haar excuses aangeboden voor het geweld dat de afgelopen zeventig jaar in de jeugdzorg heeft plaatsgevonden. Vervolgens verwijzen ze slachtoffers door naar hun eigen jeugdzorginstellingen, naar de Hulplijn van Slachtofferhulp Nederland en naar lotgenotenorganisaties.

Namens de overheid hebben twee ministers, ook op 12 juni 2019, per brief gereageerd op het rapport van de commissie de Winter.
De ministers schrijven onder andere: “Dit geweld had niet mogen plaatsvinden. Excuses, erkenning, hulp en ondersteuning van de overheid voor deze slachtoffers is hier op zijn plaats”. “Wij erkennen het leed dat de slachtoffers is aangedaan (…)”. “We zien het rapport van de commissie als de eerste, belangrijke stap in het proces van erkenning van het leed dat de slachtoffers is aangedaan (…)”. “We onderkennen het belang van (individuele) erkenning”.

De Stichting Nationaal Monument Geweld in de Jeugdzorg wil een Monument, een fysieke, materiële  plek ergens in Nederland, als erkenning van het geweld dat in de instellingen van Jeugdzorg heeft plaatsgevonden, met een krachtige, symbolische betekenis voor een toekomst waar kinderen en jongeren in veiligheid kunnen opgroeien.

Het is een plek met betekenis voor verdriet en woede, voor verbondenheid en mogelijk ook kracht voor degenen die het geweld hebben ondergaan en/of hebben zien gebeuren.

Het is een plek waar verleden, heden en toekomst met elkaar verbonden zijn.

Waar inspiratie en energie vanuit gaat om actief ideeën, initiatieven en ontwikkelingen te ondersteunen die het huidige geweld in de jeugdzorg doet stoppen en toekomstig geweld, waar dan ook in opvoedings- en hulpverleningssituaties, moet voorkomen. Om toekomst te realiseren voor alle kinderen en jongeren waarin ze, waar ze ook zijn, veilig kunnen opgroeien.

De Stichting wil het Monument realiseren door middel van:

  • samenwerking met andere stichtingen en met
lotgenotengroepen die de oprichting van een
 Monument Geweld in de Jeugdzorg willen ondersteunen
  • door overleg met landelijke-, provinciale- en gemeentelijke overheden
  • het creëren van ondersteuning vanuit de samenleving
  • het generen van aandacht in de media voor dit initiatief en voor het thema Geweld in de Jeugdzorg in verleden, heden en toekomst.